Geschiedenis - Watersportvereniging "Alvo"

Watersportvereniging " Alvo" Rotterdam
Gemaakt Door J.H.
Ga naar de inhoud

Geschiedenis

Watersport > Bergseplassen
De Bergse Plassen zijn twee veenplassen gelegen tussen de noordelijke Rotterdamse buitenwijken Schiebroek en Hillegersberg.
Ze zijn ieder circa 46 hectare groot en vanaf de Rotte per boot te bereiken via de Berg en Broeksche Verlaat.

De plassen ontstonden door turfwinning in de 17e en 18e eeuw.
Begin 20e eeuw werd het gebied ontdekt als aantrekkelijk woon- en recreatiegebied door gegoede Rotterdammers.
Zeilen en roeien zijn nog steeds veel beoefende activiteiten.
Naast villa's bevinden zich rond de plassen veel zomerhuisjes.
C.N.A. Loos legde er het bekende Plaswijckpark aan.

Discussies met de gemeente rondom de invulling van het gebied 'Bergse Plassen' zijn niet van vandaag of gisteren.
Door de jaren heen is er voortdurend getouwtrek geweest, onder meer over de eilandjes in de Plassen.

In de 18e en 19e eeuw werden deze eilandjes nog niet intensief gebruikt, misschien alleen als opslag of als schuilhutjes voor jagers.
Na WOI werden de schuurtjes op de eilandjes langzamerhand vervangen door huisjes, de zogeheten Plashuisjes.
De gemeente Rotterdam was hier niet bepaald blij mee, omdat er geen vergunningen waren aangevraagd.
De huisjes werden vaak ook nog eens illegaal uitgebreid en dat leverde heftige discussies op.

Omstreeks 1920 verschenen er voor het eerst zomerhuisjes op de landtongen, als een goedkoop 'buiten'.
De grond was vaak particulier bezit.
Meer en meer werd er ook uitgebreid op de eilandjes.
De gemeente Rotterdam zag het met lede ogen aan, maar probeerde in die jaren toch het Plassengebied in gemeentelijk bezit te krijgen.
Gedupeerde eilandbewoners zouden in ruil voor hun stulpjes op de eilandjes een nieuw ontworpen zomerhuisje op het vasteland krijgen.

Het plan verliep uiterst moeizaam.

De Bergse Plassen, nu een uniek woon- en recreatiegebied, ontstonden rond circa 1750 uit een veengebied, waar boeren wat probeerden bij te verdienen door veenwinning.
Het gebied bestaat uit de Voorplas en de Achterplas, gescheiden door een weg, de Straatweg.
In eerste instantie trokken vooral gegoede burgers naar het Plassengebied, aangetrokken door de mooie vergezichten.
De rijkeren uit Rotterdam, maar ook uit Den Haag, besloten zich dan ook te vestigen in Hillegersberg, met de Plassen als het ware 'voor de deur'.

Behalve dat er steeds meer huisjes kwamen, nam ook de recreatie aan het begin van de vorige eeuw toe.

Ondernemers zagen wel brood in de dagjesmensen, waardoor er speeltuinen, pleziertuinen en koffiehuisjes kwamen.
Het bekendste nog steeds bestaande koffiehuis is Lommerrijk, in 1880 begonnen in een boerenwoning aan de Achterplas.
Het is nog steeds een begrip, ook buiten Rotterdam.
Watersporters kwamen er ook steeds méér op de Bergse Plassen.
Er kwamen zeilverenigingen als Rood-Wit-Rood en Aegir.
Er werden diverse zeilwedstrijden georganiseerd, die zorgden voor een levendig geheel op het water.

Heden ten dage zijn de ooit zo bouwvallige Plashuisjes vervangen door prachtige zomerverblijfjes.
Ook op het water hebben veranderingen plaatsgevonden, met name door de komst van speed- en motorbootjes.
Tussen de Voor- en Achterplas bevindt zich een smalle strook met de middeleeuwse verbindingsweg tussen Rotterdam en Hillegersberg,de Straatweg.

De plassen zijn verbonden door een kort kanaal.
Ze fungeren als boezemwater voor omliggende polders.
Het water pompt men gedeeltelijk via de rivier de Rotte naar de Nieuwe Maas.
Aan het Prinsenmolenpad en de Terbregse Rechter Rottekade bevinden zich daartoe twee watermolens.

Door jarenlange lozingen bleken de plassen ernstig vervuild met fosfaten en zware metalen.
In 2003 vond een bodemsanering plaats die bestond uit het wegbaggeren, maar vooral afdekken van het vervuilde slib.
De waterkwaliteit is hierdoor inmiddels sterk verbeterd, dat is bijvoorbeeld goed merkbaar aan de visstand.

Terug naar de inhoud